Nieuws
D.m.v het gastenboek zal het Sepiaproject iedereen op de hoogte houden van de laatste ontwikkelingen.Websites: www.stichting de oosterschelde.nl en onderwaterfotografie van Joop Stalenburg: www.jopista.nl |
|---|

"ZEEKATTEN tussen de STAALSLAKKEN !''
DELFT/ZIERIKZEE
Wat doet het Sepiaproject?
1/In de Oosterschelde belanden sepia's (zeekat, een inktvissoort) massaal in kreeftenfuiken terwijl ze eieren komen afzetten. Wij plaatsen takken op de zeebodem om ze bij de fuiken weg te houden en proberen oplossing voor dit probleem door te voeren.
2/ Rijkswaterstaat gaat dit jaar vooroeververdediging verstevigen op alle steile dijkhellingen onder de waterspiegel in de Oosterschelde(Nationaal park en natura2000gebied). RWS wil op het onderwater gelegen gedeelte van de dijken staalslakken storten, welke schadelijk kunnen zijn voor milieu. In diverse zoetwaterplassen in Nederland zijn de afgelopen jaren staalslakken gebruikt, waarna alle vissen stierven. Er bestaat nog onvoldoende bewijs dat het in een water gelijk als de Oosterschelde geen nadelig effect zal hebben.(geen MER-rapport ) In plaats van het huidige onderwaterlandschap met afwisseling tussen hard en zacht substraat (klei,zand en rotsen in diverse formaten) zal het onderwaterlandschap er uit gaan zien als een gladde snelweg.
In de gehele Oosterschelde is het dijkgedeelte onderwater is min of meer beschermd natuurgebied, aangezien er niet gesleept wordt door kornetvissers of mosselvissers. Het hard en zacht substraat op de dijkhelling kent een grote biodiversiteit, zoals o.a.de kreeft die daar in holen verblijft.
Rijkswaterstaat vroeg aan het Sepiaproject wanneer paaiperiode van de sepia's voorbij zou zijn, zodat deze voor de werkzaamheden eerst hun eieren konden laten uitkomen. Hierop volgde een breed overleg met Ned.OnderwatersportBond, Natinaal Park Oosterschelde, Stichting Anemoon, LNV, de visserij, Zeeuwse Milieu Federatie, Deltaris en Sepiaproject, over de mogelijkheid om de totale biodiversiteit snel te laten terugkeren.
Het Sepiaproject komt op voor het onderwaterleven in Nederland. Het onderwaterleven in Nederland wordt te weinig beschermd om dat het toch maar 'slechts" onder water is. Belangrijke reden is dat niet iedereen duikt. (Aan de andere kant maar goed ook!) En nog minder mensen duiken in Nederland. Daarom valt het soms niet mee om uit te leggen wat er nou zo bijzonder is aan het Nederlandse onderwaterleven.
Eén van onze belangrijkste projecten is het beschermen van de sepia in de Oosterschelde. De Oosterschelde is een kraamkamer voor de Noordzee en de Atlantisch oceaan. In het voorjaar trekken dieren als bijvoorbeeld de snotolf, de slakdolf, de pijlinktvis en de sepia naar de Oosterschelde met als enige doel daar te paren en eieren af te zetten. Dat verloopt normaal zonder problemen, maar toch gaat dit niet altijd goed. Zoals bij de sepia. Eind April , als het water 12 graden is komen de eerste sepia's de Oosterschelde binnen en kort daarvoor hebben de vissers ook hun kreeftenfuiken geplaatst. Deze fuiken vinden de Sepia's geschikt om de eieren op af te zetten en als er ééntje naar binnen gaat volgen vele anderen.
Waarom zou een visser niet een sepiaatje mogen verschalken; hij wil toch ook wat verdienen?
Normaal, bij duurzame visserij is er ook niks mis mee. In het geval van de Sepia is er wel wat mis mee, want hier wordt puur gevist op dieren die naar een bepaalde plek komen om zich voort te planten. Het enige wat je hoeft te doen is ze binnen te halen.
Nu is het lang niet altijd zo dat de Zeeuwse vissers er hard achter aan zitten, maar dat hoeft ook niet. Zolang in het voorjaar de hele Oosterschelde vol staat met fuiken gaan er talloze sepia's verloren zonder dat ze hun missie hebben kunnen voltooien: het afzetten van honderden eieren per dier. En als er toch eieren zijn afgezet, bijvoorbeeld op onze opstellingen, (de tentjes) en de kleintjes komen uit, worden ze mogelijk nog opgeschept door de sleepnetvisser wanneer ze op weg zijn ...terug naar de Noorzee.
Wij van het Sepiaproject menen dat de aantallen sepia's ieder jaar terug lopen. Het enige wat de vissers hoeven te doen is de drie maanden dat ze mogen vissen wat op te schuiven tot na de paartijd van de inktvissen. Ook het gebruik van korven(steeds meer vissers lijken er al tot over te gaan)kan bijdragen aan verbetering omdat daar geen hele "kudde"sepia's in passen, maar slechts een enkelen.
Een artikel uit de krant:
Als inktvissen de Oosterschelde binnenzeilen om er hun paringsritueel uit te voeren, staan de auto’s rijendik aan de voet van de Zeelandbrug bij ZierikzeeAllemaal duikers, die bij bosjes het water in plonzen om getuige te zijn van dit liefdesspel in de vrije natuur.
Onderaan de trap naar de dijk staan in die tijd ook elke dag twee fietsen, van Felice en Joop Stalenburg uit Delft. Zij komen niet alleen kijken naar de sepia’s, maar doen er sinds 1996 ook alles aan om er zo veel mogelijk te redden. Met stokjes.
„In dezelfde tijd dat de sepia’s hier komen paren, worden er fuiken gezet voor de kreeftenvangst,’’ weet Joop. Niet alleen de kreeften, maar ook de inktvissen raken verstrikt in de netten, vaak nog voordat ze hun ei hebben gelegd.
Schandalig, vindt het echtpaar Stalenburg, dat een alternatieve afzetmogelijkheid bedacht voor de inktviseitjes, afgekeken van een groepje Leidse wetenschappers. Joop: „Wij vinden dat je een natuurlijk fenomeen niet moet onderbreken. Dieren in de paartijd laat je met rust, ook onder water.’’
Daar heeft Felice iets op gevonden. De eerste keer dat zij ‘haar’ stokken onder water neerzette voor de parende inktvissen, was een teleurstelling. „Drie sepia’s kwamen er op af; in de fuiken zaten er veel meer, maar die worden gewoon als bijvangst van de kreeften gezien.’’
Na een nacht piekeren over een beter ‘takkenconcept’ werd de oplossinggevonden in hutjes van zo’n dertig takken van ongeveer een meter hoog. Felice: „De dieren zoeken bescherming. In onze ‘tentenkampen’ hebben ze hetzelfde gevoel als in een fuik.’’ De vrouwtjes maken hun bevruchte eitjes aan de vingerdikke stokken vast, de mannetjes houden een oogje in het zeil en bevechten ondertussen hun territorium.
De vernieuwde methode werkt. Felice: „Het kost veel tijd, veel moeite, heel veel passie, maar het kost geen geld.’’ Het werk begint eigenlijk al bij de Delftse plantsoenendienst die elk jaar de platanen snoeit in de straat waar de Stalenburgs wonen, als zij tenminste niet in hun camper in Zierikzee vertoeven. De afvaltakken gebruikt Felice voor haar sepiaproject, ieder jaar zo’n tweeduizend. Getooid in duikpak, met hamer om de stokken in de soms keiharde grond te slaan en lamp tegen slecht zicht, daalt zij af in de Oosterschelde om de paaiplaats veilig te stellen.
Als dat gebeurd is, aan het begin van de paaitijd in april, begint de nazorg: uitgerukte stokken terugzetten, vuil weghalen, onderhoud. Naast alle inspanning vindt ze het ook gewoon ‘hartstikke gaaf’ om de inktvissen te observeren. „Het is een soap onder water. De mannetjes kunnen enorm vechten. Er is passie, achterdocht en bedrog.’’ Maar hoe lang duurt die soap nog? Het echtpaar is somber. Felice: „Vier jaar terug telde ik nog honderd sepia’s in één duik, drie jaar terug 53 en vorig jaar nog geen dertig.’’ Daarom blijft ze haar stokken zetten, voor het behoud van de kleurrijke onderwaterwereld, ‘tot het bittere eind’.
|
Sepia-project wint AD-Lezersprijs(berichtje uit AD van 20 september 2007 ) Het inktvissenproject in de Oosterschelde heeft de AD-lezersprijs gewonnen, die behoort bij de Paul Fentener van Vlissingen AD Natuurprijs.
|
|
|
|
|
|
|


Het boek met vele foto´s van het Sepiaproject kun je tegen kostprijs bestellen. Mail naar JoopStalenburg@hotmail.com voor meer informatie.